Hij verorberde een Koekoek - het menu van een Slechtvalk.

Het stel Slechtvalken uit de kathedraal ving een grijze Koekoek en voerde het aan hun kuiken!

De grijze Koekoek staat bekend om zijn karakteristieke lied en opmerkelijk voortplantingsgedrag. Zijn migratiepatroon is ook best indrukwekkend. Koekoeks die hier nestelen, en meer in het algemeen in West-Europa, brengen de winter door in het regenwoud van Centraal-Afrika. De soort zie je maar heel af en toe in Brussel: slechts een of twee paren nestelen in het gebied.

Hoe slaagden de Slechtvalken erin om de pechvogel te vangen? Slechtvalken zijn luchtjagers:  het vangen van een prooi op de grond is heel uitzonderlijk voor deze soort, in tegenstelling tot voor zijn kleinere en veel voorkomende neef, de torenvalk. De torenvalk vangt voornamelijk kleine knaagdieren.

De Slechtvalken uit de kathedraal vingen deze koekoek dus ergens in het Brusselse luchtruim, tijdens de migratietocht van de vogel.

The grijze koekoek is niet zo’n vaak voorkomende prooi voor Slechtvalken in Brussel en de omliggende streken. Sinds 2004, het begin van systematische waarnemingen bij de kathedraal, is dit de derde keer dat de soort wordt gezien op het menu van de Slechtvalken. Het is verre van hun enige prooi!

Tot nu toe zijn 62 vogelsoorten genoteerd op het menu van het paar Slechtvalken in de kathedraal tijdens het broedseizoen! De laatste werd gespot op 20 april: een Sijs - een kleine graanetende zangvogel van vijftien gram. Het werd live geïdentificeerd via de beelden die gestreamd worden vanuit het nest. De volledige lijst van geïdentificeerde prooien is hier beschikbaar.

De meeste prooien worden echter geïdentificeerd door het verzamelen van veren die rond de voet van de toren waarin het nest van de Slechtvalken liggen. Ofwel vielen die veren uit het nest, ofwel werden ze afgescheurd door de Slechtvalken wanneer ze hun prooi terugbrachten naar hun veilige haven, bewaakt door de waterspuwers.

Het identificeren van een soort aan de hand van één of enkele veren die op de grond gevallen zijn, is vaak een uitdaging! Spannend! Verschillende websites laten toe om ontdekkingen te vergelijken met collecties veren die naar behoren zijn geïdentificeerd. Dit is waarshijnlijk de meest opmerkelijke. Verschillende boeken zijn ook erg handig, zoals: Identifier les plumes des Oiseaux d’Europe occidentale (Delachaux et Niestlé), Vogelveren (Fontaine uitgeverij) en  Feathers: Identification for bird conservation (Natura Publishing House).

Steltlopers staan met maar liefst 18 soorten genoteerd op de lijst van soorten die op het menu van het Slechtvalkenpaar van de kathedraal  staan – daarmee zijn de steltlopers de vaakst voorkomende soort op die lijst! Kleine zangvogels zijn het minst vertegenwoordigd, maar dit komt mogelijks omdat het moeilijker is om hun veren te identificeren dan die van grotere soorten. De kleinste soort die op de lijst staat, is de Braamsluiper, met een gemiddeld gewicht van 12 g. De grootste is de Buizerd met een gewicht van ongeveer 1 kg. Maar deze laatste vogel is niet werkelijk een prooi: als een buizerd door de Slechtvalken van de kathedraal werd gedood, komt dat omdat zij als een bedreiging werd beschouwd. Vergeet niet dat Slechtvalken erg territoriaal zijn (zie blog van 26/04/2018). De zwaarste “echte” prooisoorten zijn Stadsduiven, Wintertalingen en de Houtsnip met telkens een gewicht tussen 350 en 300 g. Af en toe komt de Houtduif, met een gewicht van 450 g, ook voor op het menu van de Slechtvalken van de kathedraal. Deze soort kom je nochtans vaak tegen in Brussel. Het feit dat de Houtduif niet vaak gevangen wordt door de Slechtvalken, geeft aan dat de gewichtslimiet van hun prooi tijdens de nestperiode tussen 350 en 300 g ligt.

Top