Ze waren bijna verdwenen!

De prille geschiedenis van de slechtvalken is een bijzonder bewogen periode. Wij kunnen het ons bijna niet voorstellen dat een vogel die nu in alle uithoeken van Brussel nestelt, uit België verdween tussen het einde van de jaren ’60 en 1994. Maar wat gebeurde er precies?

De eerste commotie ontstond in 1961 wanneer Britsche ornithologen een nationale telling hielden om het aantal slechtvalkennesten in kaart te brengen. Een vereniging van duivenliefhebbers had immers de regering gevraagd de beschermingsmaatregelen op te heffen voor een soort, die door hen beschuldigd werd de reisduiven uit te roeien. Het resultaat van de valkentelling was echter verassend: hun aantal nam niet toe, maar wel dramatisch af!

Bij deze telling werden er ongeziene observaties gedaan: in vele nesten werden er gebroken eieren aangetroffen! En als we veel zeggen, dan bedoelen we ook veel, want op een steekproef van 163 nesten, werd het fenomeen bij … 81 nesten aanschouwd. Goed gerekend, bij bijna de helft van de nesten werden er gebroken eieren gevonden. Gelijkaardige observaties werden er ook elders in Europa gedaan, waaronder ook België, waar de slechtvalken enkel nestelden op de kliffen van de Maas en haar zijrivieren. Wie gebroken eieren zegt, zegt ook valkenkuikens die niet uitkomen, dus een daling van het geboortecijfer, dus een daling van de populatie. Quod erat demonstrandum: hetgeen bewezen moest worden.

Maar waarom braken de eieren in zulke mate? Dat is precies wat je moet begrijpen om het probleem op te lossen! De conclusie van de wetenschappers was duidelijk: als de eieren breken, komt dat doordat hun schaal brokkelig en dus dunner is geworden. Er wordt een meetcampagne georganiseerd door gegevens uit 1961 te vergelijken met eieren uit collecties, waarvan de oudste valkeneieren dateren uit 1850. Het meten van de dikte van een schaal is erg lastig, het ei moet worden gebroken en niet te vergeten het feit dat deze dikte echt heel minimaal is: we hebben het over een gemiddelde dikte van 0,35 mm. Maar ornithologen vinden een oplossing: weeg de eierschalen en vergelijk hun gewichten en dus hun dikte. Het wegen van een slechtvalk-eierschaal tot op de tiende gram is echt niet ingewikkeld. Maar let op! Het gewicht van de schaal hangt af van de grootte van het ei. De variatie in grootte tussen slechtvaleieren is niet enorm, maar deze onnauwkeurigheid kunnen we ons niet permitteren. Geen probleem, maak gewoon een index! Zo gezegd, zo gedaan: gewicht gedeeld door lengte vermenigvuldigd met breedte lost het probleem op. En dan verbluffend: in 1947 werd er een dramatisch omslagpunt waargenomen: vanaf dat jaar zijn de eierschalen gemiddeld 20% lichter dan voorheen. Nog een observatie: vóór 1947 werd er géén gewichtsverandering in eischaal waargenomen. De geobserveerde daling in gewicht was dus uitzonderlijk en maakte geen deel uit van een terugkerende cyclus van stijgingen en dalingen. Oké goed, maar dit alles vertelt ons niet waarom eischalen breken.

Bij tellingen in 1961 werden er in Schotland enkele niet-uitgekomen eieren verzameld om te worden geanalyseerd op mogelijk giftige stoffen. Dit gebeurde 63 jaar geleden en toch was het de allereerste keer dat een dergelijke analyse werd uitgevoerd. Het resultaat was duidelijk: de eieren bevatten sporen van een geheel nieuw soort insecticide: DDT. Dit laatste werd in 1939 ontwikkeld en het gebruik werd in 1946 wijdverspreid in de landbouw. ​​1946! Dus het jaar vóór het omslagpunt in schaalgewicht! Het product is revolutionair, het leverde een wetenschapper in 1948 de Nobelprijs voor de Geneeskunde op! Het essentiële kenmerk ervan, zoals het tegenwoordig wordt genoemd, is dat het een persistente organische verontreinigende stof is. Met andere woorden, een synthetisch chemisch product, helemaal opnieuw samengesteld, dat daarom niet in de natuur voorkomt en dat slechts zeer (zeer) moeilijk oplost/afbreekt.

Het onderzoek gaat verder. De geografische verspreiding van slechtvalkennesten met gebroken eieren wordt bestudeerd. Het resultaat: juist in landbouwgebieden, waar het insecticide (overvloedig) wordt gebruikt, worden de meeste gebroken eieren aangetroffen. Uit specifieke onderzoeken zal snel blijken dat DDT inderdaad een gif is dat het verkalkingsproces van eicellen in de eileider van het vrouwtje verstoort.

Een ander element zal ons helpen het hele vergiftigingsmechanisme te begrijpen: het ‘persistente’ insecticide hoopt zich op in het lichaam (vooral in het vet en de lever) van dieren die zich voeden met besmette insecten. We hebben het over bioaccumulatie. En als een besmet dier door een roofdier wordt opgegeten, zal het zo het gif opnemen. Het fenomeen versterkt zich keer op keer van prooi tot roofdier: we hebben het hier over bioamplificatie of secundaire vergiftiging. Omdat de slechtvalk bovenaan de voedselketen staat, is hij degene die potentieel de hoogste doses, de gevaarlijkste doses, concentreert.

Probleem geïdentificeerd? Oplossing in zicht? Verhaal klaar? Neen ! Meer in de volgende blog!

Top